Depressie

Submitted by ejacobs on Tue, 05/05/2020 - 09:26
paragraph
standard_text

Een majeure depressieve stoornis komt voor bij 5-10% van de palliatieve patiënten, maar is vaak omkeerbaar.

collapsed_text

Oorzaken

  • Situationeel: onvermogen om gevoelens te delen (gebrek aan vertrouwensrelatie, taboe, sociale isolatie), angst gerelateerd aan de aandoening/behandeling, gedachten over verleden/toekomst, ongerustheid ivm familie/financiële toestand, onvolledige of tegenstrijdige informatie, verlies van autonomie.
  • Ziektegerelateerd: hardnekkige symptomen (pijn, ongemak, angst), hypercalcemie.
  • Behandelingsgerelateerd: radiotherapie, chemotherapie, antihypertensiva, benzodiazepines, fenothiazines, corticosteroïden, amfotericine B.
  • Andere: genetische voorbeschiktheid, hypothyroïdie.

Evaluatie

Men spreekt van een majeure depressieve episode (DSM-V) wanneer men 5 van onderstaande symptomen heeft, gedurende minstens 2 weken, waarvan minstens 1 van de eerste 2 symptomen.

  • Depressieve stemming meer dan de helft van de dag.
  • Verminderde interesse/plezier in de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL).
  • Meer dan 5% gewichtsverandering in 1 maand.
  • Veranderde eetlust.
  • Slapeloosheid of slaapzucht.
  • Psychomotorische agitatie of vertraging.
  • Vermoeidheid, energieverlies.
  • Gevoel van waardeloosheid.
  • Schuldgevoelens.
  • Verminderd denken. 
  • Gebrekkige concentratie.
  • Besluiteloosheid.
  • Doodsgedachten.
  • Suïcidaal.

Depressie, beginnende dementie en beginnend delirium vallen moeilijk te onderscheiden. Alle drie karakteriseren zich o.a. door sociale teruggetrokkenheid, weinig concentratie en een beperkte gedachtengang.  

standard_text
previous
next