paragraph
standard_text
- In de palliatieve zorg gebruikt men geregeld een eenvoudige pijnpomp die op batterijen werkt. Op de pomp wordt een plastic wegwerpspuit gemonteerd nadat deze opgevuld werd met opgeloste werkzame producten.
- Via een katheter en een (vlinder)naald worden de medicamenten bij de patiënt continu subcutaan geïnjecteerd meestal over een tijdspanne van 24 uur.
- Naast morfine (vandaar de benaming pijnpomp) worden meestal volgende producten toegediend:
- Anti-emetica: haloperidol (Haldol®)
- Anti-cholinergica: scopolamine
- Sedativa/anti-epileptica: Midazolam®
- Ook andere producten worden via de spuitpomp gegeven: alizapride (Litican®), clorazepaat (Tranxene®), dexamethason (Aacidexam®), furosemide (Lasix®), hyoscine butylbromide (Buscopan®), levomepromazine (Nozinan®), methylprednisolon (Solu-Medrol®), metoclopramide (Primperan®), octreotide (Sandostatine®), ranitidine (Zantac®).
Volgende producten zijn te mijden wegens incompatibiliteit: chloorpromazine, NSAID’s, diazepam (Valium®).
parent