paragraph
standard_text
- Blijven eten maken en de tafel dekken voor de overledene of blijven praten over de overledene alsof die nog leeft.
- Voortdurend het verlies en de gevolgen daarvan ter sprake brengen.
- Intense rouwreacties krijgen t.g.v. ogenschijnlijk onbeduidende situaties.
- Niet over de overledene kunnen spreken zonder intense emoties.
- Radicale, ondoordachte of risicovolle veranderingen in levensstijl doorvoeren.
- Blijven zeggen dat er geen enkele reden om te blijven leven is zonder de overledene of concrete zelfmoordplannen maken.
- Stellen dat men geen enkel idee heeft wie men is nu de overledene er niet meer is.
- Zeer boos, prikkelbaar en agressief gedrag vertonen naar anderen toe.
- Weigering om taken uit te voeren die met het overlijden in verband staan.
- Zich isoleren van vrienden, familie of activiteiten die voordien als zinvol werden beschouwd.
- Uiting van depressieve gevoelens of gedachten.
- Uitermate sterke schuldgevoelens en verminderd zelfvertrouwen.
- Fobie rond ziekte en dood, alles wat met dood te maken heeft: vermijding.
- Langdurige beperkingen in het functioneren.