paragraph
standard_text
Psychosociale moeilijkheden en distress zijn veel voorkomend in de palliatieve en terminale fase, zowel bij patiënten als bij naasten.
Risicofactoren:
collapsed_text
Ziekte- of behandeling gerelateerde zaken
- Snelle ziekteprogressie, behandeling die niet aanslaat
- Feitelijke of te verwachten invaliditeit, fysieke afhankelijkheid
- Pijn of andere ongecontroleerde symptomen
- Bijwerkingen van behandelingen
- Slechte communicatie door de zorgverleners
- Gebrek aan continuïteit van de zorg
- Geen goed of volledig beeld van de ziekte, de behandeling of van de vooruitzichten
- Langdurige ziekte: psychische uitputting
- Angst voor pijn, sterven, lichamelijke veranderingen
- (Angst voor) verlies van controle, autonomie, waardigheid
- Hulpeloosheid, hopeloosheid
- Besef van (of angst voor) slechte prognose
Persoonlijk
- Angstige persoonlijkheid of voorbestemde persoonlijkheidstrekken
- Moeilijke omgang met ziekte, stress, verlies in het verleden
- Slechte ervaringen met ziekte bij familie of vrienden
- Recent verlies in de persoonlijke omgeving
- Veelvoudige familieproblemen, verplichtingen
- Relatieproblemen
- Sterke controlebehoefte
- Voorgeschiedenis van psychische aandoeningen, verslaving,...
- Copingstijl
Sociaal
- (Angst voor) verlies van werk, sociale positie, familierol
- Gevoel van isolatie of weinig sociale steun
- Gevoel een last te zijn voor familie en verzorgers
- Bezorgdheid om de naasten
- Lagere socio-economische klasse, weinig financiële middelen
- Gevoel niet geapprecieerd of begrepen te worden
Cultureel
- Culturele verschillen in de attitude tot ziekte, lijden, verlies en dood
- Taalbarrières
Spiritueel/religieus
- Spirituele en religieuze kwesties zoals berouw, schuld, onvervulde verwachtingen, betekenisloosheid
parent