paragraph
standard_text
- Durf in gesprek te gaan
- Luister
- Bevraag specifieke bezorgdheden, angsten en wensen. Je zou kunnen vragen:
- Wat vind je belangrijk op dit moment?
- Wat wil je nog doen?
- Wat wil je niet meer?
- Wat vind je belangrijk in het leven?
- Waar hoop je op?
- Hoe hoop je dat alles zal verlopen?
- Zijn er zaken waar je bang voor bent?
- Zijn er dingen die je graag nog wenst te bespreken met je naasten?
- Zijn er contacten die je graag nog wil aanhalen?
- Wat vind je belangrijk dat je naasten weten?
- Wil je graag bevraagd worden over je zorgen? Of wil je het er (op dit moment) liever niet over hebben?
- Blijf informeren: bevraag waar men nood heeft aan (bijkomende) informatie en voorzie deze informatie.
- Betrek de naasten en heb aandacht voor hun noden.
- Faciliteer gesprekken tussen patiënt en naasten.
- Stimuleer het afscheid nemen tussen patiënt en naasten.
- Neem zelf afscheid als zorgverlener.
- Voorzie continuïteit en een goede coördinatie van de zorg.
Belangrijk: niet iedereen wil er over praten. Het is belangrijk dat we hiervoor respect kunnen opbrengen.
Exploreer indien nodig waarom iemand er niet wil over praten en toon begrip.