paragraph
standard_text
Volstaan pijnstillers van trap 2 niet meer, schakel dan over naar orale morfine.
Pijnstillers van trap 1 kunnen doorgegeven worden (al dan niet met adjuvantia).
- Starten met kortwerkende preparaten zoals de siroop of MS Direct®.
- Gaat men meteen naar trap 3, dan is het veiliger met 5 mg te beginnen, zeker bij oudere patiënten.
- De dosis kan met 50% om de 4 uur verhoogd worden tot de patiënt pijnvrij is. Bv. 10 mg, vervolgens 15 mg, vervolgens afgerond 20 mg en zo verder.
- Gaat men meteen naar trap 3, dan is het veiliger met 5 mg te beginnen, zeker bij oudere patiënten.
- Ofwel starten met een langwerkend product.
- 20 tot 60 mg in traagvrijkomende tabletten te geven zoals 2 x 10, 20 of 30 mg MS Contin® of alternatieve middelen voor orale morfine
- Dosisaanpassing gebeurt eveneens door de hoeveelheid met 50% per keer te verhogen. Indien 2 x 30 mg onvoldoende blijkt, geeft men de dag daarop 2 x 45 mg of afgerond 2 x 40 mg, te geven als 2 tabletten van 10 en 30 mg tweemaal daags.
Indien het niet lukt om orale morfine toe te dienen, schakel dan over naar parenterale toediening.